HUISHOUDELIJK REGLE­MENT

ALGEMEEN

Artikel 1

  1. Dit reglement is vastge­steld tot rege­ling van al die za­ken, waar­in de statu­ten niet voor­zien, waar­van regeling door de sta­tu­ten wordt geëist of waarvan rege­ling door de Algeme­ne Vergade­ring wense­lijk wordt ge­acht.
  2. Geen lid van de vereniging kan zich be­roe­pen op on­be­kend­heid met het Huishoudelijk Regle­ment of andere regle­menten, bestuursbe­slui­ten, besluiten van de Alge­mene Ver­ga­dering, be­rich­ten op de officiële website zijn be­kend­ge­maakt alsmede officiële mededelingen die op enige andere wijze zijn verspreid.
  3. De Algemene Vergadering kan met drie/vierde van de gel­dig uit­ge­bracht stem­men dispensatie verlenen van de bepa­lin­gen van dit re­gle­ment, tenzij dispensatie bevoegdheid uitdrukkelijk aan het bestuur is toege­kend.
  4. Wijzigingen in dit reglement kunnen slechts wor­den aan­ge­bracht na besluit van de Alge­mene Vergadering, ge­no­men met een meer­der­heid van twee/derde van het aan­tal uit­ge­brach­te geldi­ge stem­men.
  5. Elke wijziging van dit reglement wordt door het bestuur door publicatie in het clubblad, per brief of op een andere wijze ter kennis van de leden ge­bracht.
  6. Een exemplaar van de statuten en regle­menten wordt op aan­vraag een­ma­lig gratis verstrekt aan een lid dat dit ver­zoekt.

Op andere dan de hierboven genoem­de aan­vra­gen zal pas wor­den gere­a­geerd na ont­vangst van een na­der door het bestuur vast te stel­len be­drag.

 

LIDMAATSCHAP/LEDEN

Artikel 2

  1. Een persoon kan zich aanmelden voor het lid­maat­schap van de ver­eni­ging door in­zen­ding aan het vereniging secretariaat van een door het bestuur uit te geven aanmel­dings­for­mulier.
  2. Op dit aanmeldingsformulier dient in ieder geval inge­vuld te wor­den: naam, voorna­men, actueel woon­adres, tele­foon­nu­mer(s) waarop het aspirant lid te berei­ken is, geboor­te­da­tum en ‑plaats en de (mate van) bereidheid een actieve bijdrage aan de  vereniging te geven.
  3. Het aanmeldingsformulier dient door de aanmelder en in geval van minderjarigheid mede door een ouder en/of voogd ondertekend te worden. Het aanmeldingsformulier wordt in behandeling ge­no­men zodra de aanmelder het verschuldigde inschrijfgeld heeft be­taald. De hoogte hiervan wordt ieder jaar op voorstel van het be­stuur door de leden­ver­ga­dering vastgesteld.
  4. Met ondertekening van het aanmel­dings­for­mulier ver­klaart aan­mel­der op de hoog­te te zijn van het feit dat hij/zij zich nim­mer kan beroe­pen op onbe­kend­heid met de statuten, het huis­hou­delijk regle­ment of andere re­gle­men­ten, alsme­de bestuursbesluiten, be­slui­ten van de Alge­me­ne Ver­ga­de­ring, be­rich­ten die op de officiële website zijn be­kend­ge­maakt alsmede officiële mede­delin­gen die op enige andere wijze zijn verspreid. Zoals in het aan­mel­dings­for­mu­lier vermeld verklaart hij/zij hiervan op de hoogte te zijn door dit te onderteke­nen.
  5. Het bestuur zal in de regel een aan­mel­ding direct ac­cep­teren, maar heeft de mogelijk­heid deze aan te hou­den of te weige­ren wan­neer zij redelijker­wijs mag ver­wachten dat ac­cep­tatie van de aan­mel­ding de belan­gen van de ver­eni­ging of van haar leden kan scha­den.
  6. Wanneer het bestuur besluit een aan­mel­ding voor het lid­maat­schap aan te hou­den of te weige­ren, stelt zij be­trok­kene hier­van in kennis door mid­del van een schrijven dat uiter­lijk bin­nen 14 dagen na ontvangst van het aan­mel­dings­formu­lier verzon­den wordt.
  7. Voor zover van toepassing dient een aan­mel­ding voor het lid­maat­schap ver­ge­zeld te gaan van een zogehe­ten ‘schuld vrijverklaring’ of elke andere voor de Neder­land­se Bas­ketball Bond acceptabele ver­kla­ring die aan­geeft dat aan­mel­der geen ver­plichtin­gen meer heeft aan andere ver­eni­gin­gen aange­slo­ten bij de Neder­land­se Bas­ket­ball Bond, waar­van hij/zij lid is geweest. Een verklaring als bedoeld in dit arti­kel dient op de voor­ge­schre­ven wijze on­der­te­kend te zijn.
  8. Zolang een verklaring als bedoeld in arti­kel 2.7., zo deze ver­eist blijkt te zijn, niet is over­legd, kan aan­mel­der niet uitkomen in officiële wedstrijden van enig team van de ver­eniging.
  9. Voor zover op enig moment schade ont­staat door­dat aan­mel­der/lid geen verkla­ring heeft verstrekt als be­doeld in artikel 2.7., waar deze wel vereist is of was, is betrok­ken aanmel­der/lid hier­voor volle­dig aansprake­lijk.
  10. Mits aan alle vereisten is voldaan, gaat het lidmaat­schap van de vereni­ging in per da­tum van ontvangst van het aanmeldingsformulier door het vereniging secretariaat.
  11. Het verenigingssecretariaat geeft aan­mel­der zo spoe­dig mo­gelijk op aan de Ne­der­landse Basketball Bond, waarna het lidmaatschap van de Ne­der­landse Basket­ball Bond, met alle rech­ten en verplich­tin­gen van dien, ingaat per da­tum van acceptatie door de Neder­land­se Basket­ball Bond of onderaf­deling daar­van.
  12. Opzegging van het lidmaatschap van de vereni­ging dient, met op­gaaf van rede­nen, schriftelijk te ge­schie­den aan het adres van het vereniging secretariaat, waarbij con­form artikel 7.3. van de statu­ten geldt dat een lid­maat­schap niet kan worden opgezegd, wan­neer niet aan de fi­nanciële ver­plichtin­gen je­gens de ver­eni­ging is vol­daan.
  13. Schriftelijke opzeggingen, die voldoen aan het in artikel 2.12. ge­stelde, doen het lid­maat­schap van de vereni­ging ein­digen per da­tum van ontvangst van de opzeg­ging door het vereniging secretariaat.
  14. Opzeggingen ontvangen op of na 1 mei van enig jaar houden de contributie verplichtingen van de opzeg­ger in stand voor het vol­gen­de ­sei­zoen. Voor opzeggingen ontvangen tot 1 September zal een halve contributie in rekening worden gebracht, voor opzeggingen ontvangen op of na 1 september gelden de artikelen 3.14 en 3.15.
  15. Het lidmaatschap kan, behoudens op­zeg­gin­gen als hier­voor om­schre­ven, ook op de volgende wijzen eindi­gen:
    1. overlijden van het lid;
    2. opzegging door het bestuur, over­een­komstig het be­paal­de in de artike­len 2.16. en 2.17.
  16. Opzegging door het bestuur ge­schiedt, on­der opgaaf van rede­nen, schrifte­lijk en aan­gete­kend aan het adres van be­trokke­ne
  17. Opzegging door het bestuur kan ge­schie­den wan­neer:
    1. een lid zijn verplichtingen niet na­komt;
    2. een lid de belangen van de ver­eni­ging of van le­den van de ver­eni­ging schaadt;
    3. een lid zich vóór, tijdens of na activi­teiten in het kader van het vereni­gingslidmaatschap discri­mi­ne­rend uit­laat, mis­draagt of schul­dig maakt aan licha­melijk ge­weld van welke aard ook.
    4. redelijkerwijs niet gevergd kan wor­den het lid­maat­schap te laten voort­du­ren.
  18. Gedragingen van een lid als vermeld in artikel 2.17.a. tot en met c. kunnen ook aanleiding zijn voor een schor­sing door het bestuur, voort­durend voor zolang het be­stuur dat wen­selijk acht.
  19. Een lid is volledig aansprakelijk voor scha­de van wel­ke aard ook die hij/zij vóór, tij­dens of na activiteiten in het ka­der van het vereniging lidmaatschap toe­brengt aan de vereni­ging, leden van de vereni­ging of derden.
  20. Een schorsing als bedoeld in artikel 2.18. wordt, onder opgaaf van rede­nen, schrif­te­lijk en aangete­kend aan het betrokken lid meege­deeld.
  21. Opzeggingen of schorsingen als be­doeld in de artike­len 2.15.b., respec­tieve­lijk 2.18., zullen eventueel nog be­s­taande contri­bu­tie- of an­dere al dan niet finan­ciële ver­plichtin­gen van een lid aan de ver­eni­ging niet doen eindi­gen.
  22. Veranderingen in persoonlijke gege­vens die­nen door een lid on­ver­wijld door­ge­ge­ven te worden aan het vereniging secretariaat.
  23. Een lid staat bekend bij de vereniging zoals hij zich bij aan­mel­ding of bij aan­kondiging als bedoeld in artikel 2.22. heeft opgegeven. Aan misverstanden, voortvloeiend uit on­juiste of on­juist gewor­den per­soonlijke gege­vens, kunnen door be­trok­kene geen rech­ten wor­den ont­leend, zomin als deze zijn/haar even­tueel nog in stand zijn­de ver­plichtingen op eniger­lei wijze doen ein­di­gen.
  24. De vereniging kan door een lid op ge­ner­lei wijze aan­spra­ke­lijk worden ge­steld voor schade of lichamelijk let­sel van welke aard dan ook, ont­staan vóór, tijdens of na activi­tei­ten in het ka­der van het vereniging lidmaatschap.

CONTRIBUTIE

Artikel 3

  1. Voor het vaststellen van de contribu­tie­be­dragen wor­den leden aller­eerst inge­deeld in zogeheten ‘trainen­de’ en ‘spe­lende’ leden. Ver­dere onder­ver­de­ling heeft plaats in seni­o­renleden en jeugd­le­den conform de door de Ne­der­landse Basket­ball Bond of on­deraf­de­ling daar­van ge­stel­de leef­tijds­gren­zen. Conform artikel 7.2. van de statuten zijn leden jaar­lijks gehou­den tot het beta­len van contribu­tie, die door de algemene verga­de­ring wordt vast­ge­steld.
  2. Een lid kan naast het recht om te trainen ook ge­bruik ma­ken van het recht om in officiële wedstrij­den uit te komen, in het team of de teams waarin hij/zij con­form artikel 9.1. is inge­deeld of het team waar­voor hij/zij wordt opge­roe­pen. Wij noemen dit een ‘volle­dig’ lid.
  3. Een ‘trainend’ lid kan geen gebruik ma­ken van het recht in offi­ciële wed­strij­den uit te komen en kan alléén gebruik ma­ken van het recht om aan trai­nin­gen deel te ne­men. Een ‘spelend’ lid kan alleen gebruik ma­ken van het recht in offi­ciële wed­strij­den uit te komen en kan géén gebruik ma­ken van het recht om aan trai­nin­gen deel te ne­men. Een ‘trainend’ lid en een ‘spelend’ lid betalen der­halve ieder een lage­re con­tributie dan wan­neer hij/zij ‘volledig’ lid ge­weest zou zijn.
  4. Van een lid dat vóór 16 augustus van enig jaar bij de ver­eni­ging inge­schre­ven staat of wordt, dient vóór 16 augus­tus in datzelfde jaar de volle­dig ver­schuldig­de contributie betaling ontvan­gen te zijn door de penning­meester, of een eerste ter­mijn als omschre­ven in arti­kel 3.6
  5. Van een lid dat op of na 16 augustus van enig jaar bij de ver­eni­ging inge­schre­ven wordt, dient binnen 14 dagen na de datum van in­schrijving de volledig ver­schul­dig­de contributie betaling ont­van­gen te zijn door de pen­ning­mees­ter, of een eer­ste ter­mijn als om­schre­ven in artikel 3.6
  6. Een ‘volledig’ lid heeft de mogelijk­heid om het Bestuur om een betalingsre­geling te verzoeken. Dit dient alvorens de betalingsverplichting ontstaat, schriftelijk en met redenen omkleed te geschieden. Het Bestuur zal zo spoedig mogelijk over dergelijke verzoeken besluiten, dat vóór 1 novem­ber van enig jaar lid is of wordt, heeft de mogelijk­heid om zijn/haar contri­butie in twee ter­mij­nen te beta­len. Het bestuur bepaalt per categorie de be­dra­gen per ter­mijn, met dien ver­stan­de dat de eerste termijn altijd méér bedraagt dan de tweede en te­vens dat de twee ter­mij­nen teza­men exact het door de Alge­me­ne Ver­gade­ring vast­ge­stelde bedrag vor­men
  7. Het bedrag van de eerste termijn zal per categorie gelijk zijn zo­wel voor leden die het volledige vast­gestel­de con­tributie­be­drag ver­schul­digd zijn als leden die een gere­du­ceerd bedrag beta­len. Het restant van dit gere­du­ceer­de bedrag vormt, na aftrek van de eerste ter­mijn, het bedrag voor de twee­de ter­mijn. Wanneer het gereduceerde bedrag op enig moment mocht dalen tot onder het vaste bedrag van de eer­ste ter­mijn, dan wordt dit geredu­ceer­de bedrag be­schouwd als eerste ter­mijn en wordt het bedrag voor de twee­de termijn op nul gesteld.
  8. De eerste termijn als bedoeld in arti­kel 3.6. loopt af op 15 augustus van enig jaar òf, in het geval een lid op of na 16 augustus inge­schre­ven wordt, 14 da­gen na de da­tum van in­schrij­ving. De tweede termijn als bedoeld in arti­kel 3.6. loopt af op 1 december daar­op­vol­gend of, in het geval een lid op of na 2 decem­ber inge­schre­ven wordt, 14 da­gen na de da­tum van inschrijving.
  9. Een lid dat niet voldoet aan de in de arti­kelen 3.4. tot en met 3.8. gestel­de beta­lings­termijnen is in verband met extra kosten voor de vereniging gehou­den tot beta­ling van een hogere con­tri­butie. Bij over­schrij­ding van de eerste beta­lings­ter­mijn is dat bedrag ¦15,= en bij over­schrij­ding van de twee­de beta­lings­ter­mijn we­derom 15,- euro. Ook bij contributie betaling ineens bedraagt bij over­schrij­ding van de betalingstermijn dat bedrag 15,- euro.
  10. Een lid, van wie de vereniging 14 dagen na het ver­strij­ken van de termijn in enig jaar geen contributie betaling heeft ontvangen, zal ‑ tenzij het bestuur om hem move­rende rede­nen an­ders beslist – vanaf de dag volgend op de dag dat de contributie be­taald had moeten zijn door het be­stuur ge­schorst wor­den. Dit houdt on­der andere in dat het lid niet langer gerech­tigd is deel te nemen aan trainingen, wed­strij­den of an­dere ver­eni­gings­activiteiten. Alle ver­plich­tin­gen blij­ven hierbij onverkort in stand.
  11. Op een lid dat gebruikt maakt van de mo­gelijk­heid om zijn of haar contri­bu­tie in twee termij­nen te beta­len, is voor wat be­treft de beta­ling van de eerste termijn arti­kel 3.10. van over­een­kom­sti­ge toe­pas­sing. Voordat betreft de betaling van de twee­de termijn geldt het­zelf­de, met dien ver­stande dat in plaats van ge­noemde datum de da­tum 1 december van toe­pas­sing zal zijn.
  12. Een schorsing voortvloeiend uit de arti­ke­len 3.10. en 3.11. wordt door het be­stuur schrifte­lijk aan betrok­ke­ne ken­baar ge­maakt.
  13. Een schorsing voortvloeiend uit de arti­ke­len 3.10. en 3.11. ein­digt per da­tum van ontvangst door de pen­ning­meester van de ver­schul­digde (termijn van de) contri­bu­tie. Ont­vangst hier­van vóór de officiële in­gangs­datum van de schor­sing zal ertoe leiden dat de schor­sing als niet opge­legd wordt be­schouwd.
  14. Een lid wiens lidmaatschap geen vol sei­zoen duurt, doch in de periode van 1 mei tot en met 31 december aan­vangt en ein­digt, is naast de afdrachten die voor het lid die­nen te geschieden aan de NBB en/of on­der­afdeling daarvan de helft van de volledi­ge contribu­tie ver­schul­digd, mits het lid voor 1 december heeft opge­zegd.
  15. Evenzo is een lid wiens lidmaatschap geen vol sei­zoen duurt, doch na 31 de­cem­ber van enig jaar ingaat en weer in hetzelf­de sei­zoen ein­digt, naast de afdrach­ten die voor het lid die­nen te geschieden aan de NBB en/of on­der­afdeling daar­van de helft van de volledi­ge contribu­tie ver­schul­digd, mits het lid voor 1 mei heeft opge­zegd.
  16. Het bestuur is gerechtigd zonder toe­stem­ming van de Alge­mene Vergade­ring de contributie eenmaal per jaar te ver­ho­gen met een percen­ta­ge dat maxi­maal gelijk is aan de pro­cen­tuele stij­ging van de kosten van levens­on­der­houd in het laat­ste vereniging jaar, blij­kens het door het Cen­traal Bu­reau voor de Statis­tiek gepu­bli­ceer­de prijs­indexcijfer voor de gezinsconsumptie, reeks voor werknemer gezinnen. In­dien het bedoelde prijs­in­dexcij­fer niet meer be­staat, zal een prijsindexcij­fer ge­no­men worden dat zoveel moge­lijk hiermee over­een­stemt.
  17. Contributiebedra­gen die in overeen­stemming met artikel 3.16. verhoogd worden, zul­len op hele Euri naar boven of beneden worden afge­rond.
  18. Het bestuur zal in de in artikel 12.2. genoem­de Nieuws­brief pu­blice­ren wel­ke be­dragen con­form het bepaalde in arti­kel 3.16. met welk per­centa­ge zullen wor­den gewij­zigd alsme­de de hoog­te van de aldus verkregen nieuwe contributiebe­dragen. Deze nieuwe bedragen gelden voor het ­seizoen waar­op deze Nieuws­brief be­trek­king heeft.
  19. Het bestuur is gerechtigd om bedra­gen, van welke aard ook, die aan de vereni­ging ver­schuldigd zijn, maar binnen gestelde ter­mijnen niet betaald worden, te doen incas­seren door een daar­toe be­voegde der­de. Kosten die aan dergelijke pro­ce­du­res verbon­den zijn ko­men volledig voor reke­ning van betrok­ken lid of debi­teur.
  20. Een lid dat aan het eind van een sei­zoen op eni­ger­lei wijze schul­den aan de ver­eniging heeft zal een vol­gend sei­zoen nimmer ge­bruik kun­nen ma­ken van het recht deel te ne­men aan acti­vi­teiten in het kader van het vereniging lidmaatschap.
  21. Wan­neer zijn/haar liqui­di­teits­posi­tie daar­toe aan­lei­ding zou ge­ven of indien een lid door ernsti­ge ziek­te, bles­sure, of an­de­re aan te tonen over­macht gedu­ren­de een om­schre­ven en lang­durige peri­o­de geen ge­bruik kan ma­ken van het recht om te trainen en/of te spe­len kan hij/zij om een van de bepa­lin­gen in de artike­len 3.4. tot en met 3.13. afwij­ken­de rege­ling ter betaling van het door hem/haar ver­schul­dig­de con­tri­butie­be­drag verzoeken.

In alle gevallen dienen be­trok­ke­nen daartoe zo vroeg mo­ge­lijk schrif­te­lijk en vol­doende gemotiveerd aan het vereniging secretariaat ken­baar te ma­ken dat hij/zij van een dergelijke coulance regeling ge­bruik wenst te ma­ken.

Het bestuur beslist over dergelijke aan­vra­gen.

VERPLICHTINGEN DER LEDEN

Artikel 4

  1. Een lid is te allen tijde gehouden zich­zelf te informe­ren over zijn/haar rech­ten en ver­plich­tingen voort­vloei­ende uit het lidmaatschap van de vereniging.
  2. Ouders en/of verzorgers van leden tot de leeftijd van 16 jaar zijn des verzocht door het Be­stuur verplicht enige ta­ken ter ondersteu­ning van het team waarin het minderja­rig lid speelt/traint te ver­richten. Indien een dergelijk ver­zoek van het be­stuur niet wordt opgevolgd is dit ge­rech­tigd het lid uit te sluiten van deelname aan trai­ningen en/of wedstrij­den.
  3. Leden dienen als scheidsrechter of jury­lid op te treden wan­neer zij daar­toe in principe enke­le malen per jaar door het be­stuur wor­den aange­schre­ven. Deze aanschrijving zal plaatsvinden in de vorm van hetzij een publicatie zoals de website met alle ver­za­melde aan­schrijvin­gen die ook andere le­den betref­fen, hetzij een recht­streekse aanschrij­ving aan een indi­vidu­eel lid.
  4. Wanneer een lid niet in staat is om op de aan­ge­schre­ven da­tum als scheids­rech­ter of jurylid op te treden, dient hij/zij zelf voor een vervan­ger te zor­gen.
  5. Een lid dat aangeschreven wordt als scheids­rechter of ju­ry­lid blijft te allen tijde zelf verant­woor­delijk voor zijn/haar aanschrijving, ook wan­neer een even­tuele ver­vanger mocht verzaken
  6. Een lid dat aangeschreven wordt als scheids­rechter of ju­ry­lid kan zich nim­mer beroepen op onbekendheid met zijn/haar aanschrij­ving.
  7. Een lid dat van mening is dat hij/zij niet vol­doende kennis bezit om als scheids­rech­ter op te treden dient vóór de eventuele aanschrijving voor het flui­ten van een wed­strijd aan het vereniging secretariaat ken­baar te maken dat hij/zij dis­pen­sa­tie van deze ver­plichting vraagt om eerst een offi­ciële scheidsrechter cursus te kun­nen vol­gen, zo hij/zij dat nog niet eer­der ge­daan heeft. Het secretariaat zal hem/haar dan, op kos­ten van de vereniging, in­schrij­ven voor de eerst­vol­gende scheidsrechter cursus van het laagste niveau.
  8. Een lid dat een officiële scheidsrechter cursus ge­volgd heeft, kan nimmer dis­pen­satie als be­doeld in artikel 4.7. aan­vragen.
  9. Een lid dat van mening is dat hij/zij niet vol­doende kennis heeft om als jury­lid op te treden, dient zich vóór een eventuele aanschrijving door een door het bestuur aan te zoeken per­soon te laten onderrichten. Eén en ander zal nimmer aanleiding zijn voor dis­pen­satie.
  10. Een lid of niet-lid dat zich op­geeft om voor de ver­eni­ging als ‘vas­te’ scheidsrech­ter op te treden, dat wil zeg­gen een scheidsrech­ter die door de Ne­derlandse Bas­ketball Bond of on­deraf­de­ling daarvan wordt aan­ge­schreven om meerde­re wedstrij­den per sei­zoen te flui­ten kan op kos­ten van de vereniging een scheidsrechter cursus volgen, indien hij/zij inder­daad aan zijn ver­plichtin­gen als scheids­rech­ter vol­doet. Indien betrokkene in ge­bre­ke blijft, ko­men even­tuele kosten als­nog voor zijn/haar reke­ning.
  11. Indien binnen een team afspraken dienaangaande zijn ge­maakt over een tijd­stip die­nen leden op de afgesproken tijd voor aan­vang van een wed­strijd en een trai­ning omge­kleed te bestem­der plaat­se aanwezig te zijn.
  12. Een lid is verplicht, wanneer hij/zij ver­hin­derd is deel te ne­men aan trai­nin­gen of wedstrijden, dit in een zo vroeg mo­ge­lijk stadium te melden aan zijn/haar in arti­kel 7.1. bedoelde team coördinator, trai­ner of coach.
  13. Prijzen en/of premies behaald door teams of leden die de vereni­ging op eniger­lei wijze vertegen­woordigen, zijn het eigen­dom van de ver­eni­ging en dienen de ver­eni­ging te goede te komen.
  14. Indien een Algemene Ledenvergadering bij voorbeeld in verband met de te behandelen thematiek van het predicaat ‘Bijzonder’ voorzien is, zijn de leden der vereniging verplicht deze bij te wonen, tenzij zij schriftelijk een naar het oordeel van het bestuur tijdig en vol­doende gemo­ti­veerd be­richt van afzegging aan het Vereniging secretariaat zen­den. Leden die in gebreke blij­ven wordt de in dit regle­ment aangege­ven sanctie opge­legd.

In de convo­catie zal onder ver­mel­ding van de ver­plichting aanwe­zig te zijn alsmede de reden(en) daarvoor de sanctie en de wijze van ver­mij­den daarvan genoemd wor­den.

 

SANCTIES

Artikel 5

  1. Het bestuur is gerechtigd de volgende boe­tes op te leg­gen aan leden:
    1. Een boete van €22,50 (voor senioren) en € 7.50 (voor jeugdleden) voor het ver­zaken van de ver­plich­tin­gen rond aanstel­ling als scheids­rech­ter;
    2. Een boete van €22,50 (voor senioren) en € 7.50 (voor jeugdleden) voor het verza­ken van de ver­plichtingen rond aanstelling als jurylid;
    3. Een boete van €5,00 voor het verzaken van de verplichting der leden tot verschijnen op een zoge­noem­de ‘Bijzondere Algemene Ledenvergade­ring’.
  2. Het bestuur is gerechtigd alle (on)kosten die wor­den (door)bere­kend aan de vereniging en die ver­oor­zaakt zijn door een lid, of een groep leden, eventueel naar rato, door te bere­ke­nen aan dat lid of die groep.
  3. Voorzover dit boetes van de Ne­der­land­se Bas­ket­ball Bond of onderafdeling daar­van betreffen en/of boe­tes die in ver­band staan met ver­za­kin­gen als be­doeld in artikel 5.1. zal het daarin ge­noem­de bedrag éénmalig wor­den doorbe­re­kend vermeerderd met het even­tuele res­tant-bedrag dat de aan de vereni­ging opge­legde boete hoger is.
  4. Een oplegging van een boete of doorbere­kenen van kos­ten zal altijd schriftelijk aan het be­trok­ken lid ken­baar worden gemaakt, waarbij deze zich nim­mer kan beroe­pen op onbe­kend­heid hiermee.
  5. Door het bestuur aan een lid opgeleg­de boe­tes en/of doorbe­re­ken­de kosten die­nen bin­nen 14 da­gen na dagte­ke­ning van het schrij­ven waarin de boete wordt aan­ge­kon­digd, voldaan te zijn.

Het bestuur is gerechtigd om een lid, dat niet aan deze ver­plichting vol­doet, te ont­heffen van het recht om deel te ne­men aan activitei­ten in het kader van het vereniging lidmaatschap tot het moment dat wèl aan de ver­plich­ting is vol­daan.

 

BESTUUR

Artikel 6

  1. Het bestuur is bevoegd alle vergade­rin­gen van com­mis­sies bij te wonen of te doen bij­wonen en daarin het woord te voeren, met uitzonde­ring van de verga­de­rin­gen van de kascom­missie.
  2. Elk bestuurslid kan te allen tijde door het be­stuur wor­den ge­schorst, mits het daar­toe vereiste besluit wordt geno­men in een be­stuursver­ga­de­ring waarin op het desbe­tref­fende be­stuurslid na, alle be­stuursle­den aan­wezig zijn en het be­sluit boven­dien wordt geno­men met algemene stem­men, behoudens, voor ­zover dit bestuurslid ter ver­ga­dering aanwe­zig is, de stem van het des­be­treffende bestuurs­lid. Het besluit tot schorsing dient aan de orde worden ge­steld in de eerst­vol­gen­de Alge­mene Vergadering. Wanneer het besluit tot schorsing niet wordt ge­volgd door een be­sluit tot ont­slag door de Algemene Ver­ga­de­ring, eindigt de schor­sing met on­mid­dellij­ke ingang.
  3. Het bestuur zal regelmatig, doch mi­ni­maal vier maal per jaar, in verga­de­ring bijeen­ko­men.
  4. Het bestuur zal haar verslagen doen toe­ko­men aan com­missies of andere licha­men of personen waarvan zij het wense­lijk acht dat deze hierin inzage hebben.
  5. Het bestuur zal de leden van de ver­eni­ging sti­mule­ren of doen stimule­ren om naast hun statu­taire en regle­men­taire verplichtingen ook andere taken en vrij­wil­ligerswerk voor de vereni­ging te ver­richten.
  6. Het bestuur zal er naar streven een meerjarenbeleidplan op te (doen) stel­len en uit te (doen) voe­ren om de ontwik­ke­ling en continuïteit van de vereni­ging in de toe­komst op alle terrei­nen te kun­nen waar­bor­gen.

 

TEAMS

Artikel 7

  1. Het bestuur zal, voor zover een coach of trainer niet als zoda­nig optreedt, voor ieder team van de vereni­ging een teamcoördinator aanwij­zen.

Deze teamcoördinator treedt op als ‘in­ter­mediair’ tus­sen team en bestuur, draagt zorg voor de com­muni­ca­tie bin­nen het team, fungeert waar nodig als aan­spreek­punt voor af­meldingen met be­trek­king tot trainin­gen en wed­strijden, draagt waar nodig zorg voor ver­sprei­ding van het clubblad en an­dere bulle­tins, draagt zorg voor de in­vulling van wed­strijd­for­mu­lieren en doet voorts alles dat nodig is om het team op een ade­qua­te wijze te laten func­tioneren.

COMMISSIES

Artikel 8

  1. Conform artikel 5.4. van de statuten kan het bestuur be­slui­ten om onder zijn ver­ant­woor­de­lijkheid bepaalde onder­delen van zijn taak te latenDeze commissies kunnen een uitvoe­ren­de, onder­zoe­ken­de of in­for­matie­ve taak heb­ben.
  2. Ook de Algemene Vergadering heeft de bevoegd­heid com­mis­sies te benoe­men wan­neer zij dit wenselijk acht, met dien verstan­de dat een door haar benoem­de com­missie met een uitvoeren­de taak zich niet kan bewegen op terrei­nen, waar­op een door het be­stuur be­noemde com­missie werk­zaam is.
  3. Taken, bevoegdheden en werkwijze van een com­mis­sie worden bepaald door het or­gaan, waar­door de com­mis­sie is benoemd.
  4. Ontbinding van een commissie is voor­be­houden aan het or­gaan dat de com­mis­sie heeft benoemd.
  5. Het bestuur zal er naar streven om een Technische Com­missie in te stel­len, die functio­neert als advise­rend or­gaan op technisch terrein en in geval van technische geschil­len bin­nen de ver­eni­ging (zie artikel 9.1.) alsmede een com­missie sponsoring en re­cla­me, die tracht ex­ter­ne geld­mid­delen te wer­ven die de ver­eni­ging ten goe­de ko­men en die ook tracht adverten­ties te wer­ven voor het clubblad; een re­dac­tie­com­mis­sie die zorg draagt voor de uitga­ve daarvan; een nevenactiviteiten commissie die zorg draagt voor orga­nisatie van zaken als toernooien, feesten etc. en een propaganda commissie die zich bezig­houdt met de pro­motie van de ver­eni­ging en haar doel­stel­lin­gen.
  6. Het bestuur zal voorts, indien de vereni­ging één of meer jeugd­teams heeft, een Jeugd­commis­sie in­stellen die ernaar streeft zich on­der andere met de da­gelijk­se gang van za­ken rond het jeugdbasketbal be­zig te houden en voor de ver­bete­ring daar­van plan­nen te maken. Zij zal in sa­men­spraak met de Technische Commis­sie zowel de kwa­li­teit van de techni­sche bege­leiding van de jeugd trach­ten te be­wa­ken als in geval van technische geschil­len bin­nen de jeugdafdeling als advise­rend or­gaan functioneren.
  7. Commissies zullen nimmer auto­noom zijn en te allen tijde ver­ant­woording ver­schul­digd zijn aan het orgaan waar­door ze zijn inge­steld. Ze zullen dat orgaan regel­matig infor­meren over hun werk­zaamheden en vorde­ringen en hun eventuele no­tu­len doen toe­ko­men aan dat­zelfde orgaan.
  8. Een commissie kan niet zelf over gel­den van de ver­eni­ging be­schik­ken, maar kan bij het bestuur wel een bud­get aan­vra­gen voor één of meer­dere door de com­mis­sie te ont­wik­ke­len of te organi­seren activi­tei­ten, mits het be­stuur be­sluit dat deze activitei­ten bij zijn beleid aan­slui­ten.
  9. Het bestuur zal van de sa­men­stelling en taken van com­missies en voorts van alle wijzi­gingen dien­aan­gaande in het clubblad melding maken.
  10. Het bestuur zal ernaar streven jaar­lijks in ieder geval één of meer fees­ten of toer­nooien, of com­binaties daar­van, door de nevenactiviteiten commissie te doen orga­ni­seren.

 

TECHNISCH BELEID

Artikel 9

  1. Indeling der leden in teams geschiedt in de eerste plaats in over­leg tus­sen trai­ner en coach van het be­trokken team, waar­bij deze zo veel moge­lijk rekening zal hou­den met de be­langen van andere teams. In probleemgevallen zal het bestuur een besluit ne­men en zich daar­toe voor zover het pro­bleem de jeugdafdeling be­treft door de Technische Commissie in samenspraak met de Jeugd­com­mis­sie laten advi­se­ren en voor zover het de senioren be­treft door de Technische Commissie.
  2. Het bestuur zal er naar streven de ver­eni­ging zodanig in te rich­ten dat deze plaats biedt aan jeugd- en senioren basketballers in alle leeftijds­klas­sen, en voorts binnen beide genoemde cate­go­rieën aan recrea­tie- en presta­tie­ basket­ball.
  3. Het bestuur zal ernaar streven de kwa­liteit van de tech­ni­sche oplei­ding van haar leden op een zo hoog moge­lijk peil te brengen, zodat de teams van de vereniging op een zo hoog mo­ge­lijk ni­veau kun­nen uitko­men.
  4. Het be­stuur zal ernaar streven, wanneer de finan­ciële en organi­sato­ri­sche ge­steld­heid van de ver­eni­ging dit toe­laten, zo veel mo­ge­lijk teams op een zo hoog mogelijk niveau te doen uitko­men.
  5. Het bestuur zal ernaar streven zijn trai­ners, coa­ches en scheidsrechters zo veel mogelijk offi­ciële cursus­sen te doen volgen. Deze cursussen zullen zo veel moge­lijk door de ver­eni­ging wor­den be­taald, waar­bij geldt dat een trainer, coach of scheidsrechter voor wie een der­ge­lijke cursus betaald is of wordt, een ver­kla­ring dient te ­teke­nen dat hij/zij mini­maal het seizoen dat de cur­sus wordt gevolgd alsme­de twee ­seizoe­nen daar­op­vol­gend als trai­ner, coach of scheidsrechter aan de vereniging verbonden blijft.
  6. Een lid dat besluit een functie als trai­ner of coach ver­vul­len, heeft recht op een vergoeding op jaar­basis. Hier­bij wordt coaching als één activi­teit ge­zien, het geven van één trai­ning per week als één activi­teit en het geven van bij­voor­beeld twee trainin­gen als twee activi­tei­ten.
  7. Het bestuur kan besluiten een onkos­ten­ver­goe­ding per activi­teit, als be­doeld in artikel 8.6., toe te kennen aan een niet-verenigings­lid.
  8. Wanneer een functie als trainer of coach niet het gehe­le ­sei­zoen wordt ver­vuld, kan het be­stuur beslui­ten de. vergoe­ding daardoor slechts ge­deel­telijk van toe­pas­sing te doen zijn.
  9. Het bestuur zal er naar streven een goed uitge­werkt plan op te (doen) stel­len, waar­in voorzien wordt in een dui­delijke op­bouw voor wat be­treft in de vereni­ging te trainen en te coa­chen bas­ket­ball tech­niek en -tac­tiek en alle daar­mee samen­han­gende aspec­ten.

 

FINANCIEEL BELEID

Artikel 10

  1. Het bestuur zal ernaar streven aanvullende gelden voor de ver­eni­ging gene­re­ren zoals door de vereniging met allerlei organisa­ties, bedrijven, over­heidsinstanties etc. in contact te (doen) tre­den.
  2. Het bestuur zal ernaar streven de liqui­de midde­len van de ver­eni­ging zoda­nig te be­he­ren dat deze zo veel mo­ge­lijk rente opbren­gen, met name door het storten van niet direct aan te spre­ken gelden op spaar­reke­nin­gen of der­gelij­ke.
  3. Het bestuur zal ernaar streven de ba­ten der vereni­ging te (doen) ver­ho­gen, dan wel kos­ten af te (doen) dek­ken, door het benade­ren van adverteerders, spon­sors enz.Kosten verbonden aan toernooi-deel­na­me van een team van de ver­eni­ging dient door de indivi­duele leden, die het team bij die gelegen­heid vormen, opge­bracht en ter­stond vol­daan te wor­den.
  4. Een lid blijft individueel aansprake­lijk voor (zijn/haar deel van) de kosten als be­doeld in artikel 10.5., wan­neer hij/zij niet of niet vol­le­dig vol­doet aan de ver­plich­ting deze ter plaatse af te reke­nen.

 

CLUBKLEDING

Artikel 11

  1. De clubkleuren zijn wit voor shirt en short met zwarte cij­fers, en aan de voorzijde van het shirt het clubembleem.
  2. Het bestuur zal er voor zorgen dat voor ieder team een complete set tenues beschikbaar is.
  3. Voor het gebruik van de tenues, zal per spelend lid een bijdrage van 20 euro per seizoen worden geheven.
  4. De “teamtas” zal aan het begin van het seizoen aan het team worden uitgereikt en aan het eind van het seizoen worden ingenomen.

De kosten voor eventuele vermissing en schade aan de tenues zullen per seizoen aan het team worden doorberekend.

 

COMMUNICATIE MET DE LEDEN

Artikel 12

  1. Het bestuur zal een officiële Website onderhouden.
  2. Daarnaast zal het bestuur, uiterlijk drie we­ken voor de start van de com­peti­tie en voor zo ver het offi­cieel or­gaan niet met inacht­ne­ming van dezelf­de termijn ver­schijnt of reeds versche­nen is, een Nieuws­brief ten be­hoeve van de leden uitge­ven aan met daarin alle rele­vante infor­matie die be­trek­king heeft op het nieu­we ­sei­zoen.
  3. Voor zover Nieuwsbrief en het officieel or­gaan niet voor­zien in het de leden voor­zien van actu­ele be­langrijke schrif­telij­ke informa­tie, zal het be­stuur deze infor­matie aan de leden ver­sprei­den in de vorm van losse bulle­tins.

 

SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

  1. In alle gevallen waarin dit reglement, ande­re regle­menten, de statu­ten of de wet niet voor­zien, be­slist het be­stuur.
  2. Wijziging in reglementen die, tot de her­nieuwde vast­stel­ling van dit regle­ment, deel uitmaakten van het oude huis­hou­de­lijk regle­ment, en waarin nog niet bepa­lingen met be­trekking tot wijzigin­gen zijn opge­no­men, is slechts mo­gelijk op de wijze als hier­voor in artikel 1.4. om­schre­ven.

(HR, laatste wijziging 21-4-14)